Opdrachtwoorden: dronken -
roos - regenboog
Een bever zat op een boomstronk in
het water en tuurde over het wateroppervlak. Geruisloos dook hij het
water in, achter een visje aan. Een regenboog verscheen tussen de
bergen. Haar aandacht werd getrokken door een gejoel. Roos kon vanuit
haar schuilplaats net niet zien wat de tumult veroorzaakte maar ze
kende de geluiden. Het waren resusapen, de reden waarom ze hier al
twee dagen verscholen lag in het gras. Ze tuurde door de verrekijker
en zag appels uit een boom vallen. Dat verklaarde het gejoel, de apen
waren dronken van de gistende appels. Opeens verscheen een aap
levensgroot in de kijker. Hij stond voor haar, had haar ontdekt. De
aap gilde en andere apen kwamen uit de boom gesneld. Hij pakte haar
verrekijker af en sloeg er mee op de grond. Roos bleef muisstil
liggen en vermeed oogcontact. De andere apen kwamen er springend en
schreeuwend bij staan. Eén van de apen bood haar een appel aan en
aan de blik van het grote beest te zien werd verwacht dat ze die ging
opeten. En nog een appel, en nog één. Uren later werd ze wakker
in het gras en het eerste wat ze zag was het vernielde fototoestel.
En ze voelde zich misselijk. Terug in het kamp stopte ze de
geheugenkaart van het fototoestel in de laptop. Behalve veel
onscherpe foto's was er één foto waarop zij zelf stond samen met de
apen, een groepsfoto. De grote aap had haar bh op z'n hoofd en hield
twee vingers opgestoken achter haar hoofd terwijl hij de camera in
grijnsde.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten